Zondag Trinitatis, cirkelend rond de Drie-eenheid

Zondag Trinitatis, cirkelend rond de Drie-eenheid

ORDE VAN DIENST, zondag 26 mei, zondag Trinitatis
Lied voor de dienst: Gezang 255: 1 en 3 (Ere zij aan God, de Vader)
Welkom en mededelingen
Intochtslied: Psalm 100:1 en 2
Bemoediging
Drempelgebed
Vervolg Intochtslied Psalm: 100:3 en 4
Kyrie en Glorialied: Tussentijds 117: 1-5 'De dag gaat open voor het Woord des Heren' (tekst Oda Swagemakers, melodie Willem Mesdag).
Gebed
Zingen : Gezang 257
Lied van de kindernevendienst
Kinderen gaan met het licht van de paaskaars naar hun eigen ruimte
Trailer (aankondiging onderwerp lezingen)
Eerste lezing: Exodus 3: 1-6
Zingen: Psalm 93:1
Tweede lezing: Romeinen 8: 14-17
Zingen: Psalm 93: 4
Verkondiging - naar aanleiding van Exodus 3
Lied: Gezang 51: 1 , 2 en 3
Gebeden
Kinderen komen terug
Inzameling van de gaven
Slotlied: Gezang 249: 1 en 3
Wegzending en zegen
 

Preek naar aanleiding van Exodus 3 (ds. E van der Linden uit Goes)
Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,
Vandaag is het de zondag na Pinksteren, Zondag Trinitatis, de zondag die traditioneel in het teken staat van de Drie-enige God. Wat moet je daarmee ? Willem Barnard schreef eens: 'Trinitatis, zondag van de Drie-eenheid, kunnen wij maar het beste vieren door een goed lied te zingen.' Daar moet je niet te veel woorden aan wijden.  Toch wagen we het erop in deze dienst rond het geheim van God heen te cirkelen.

De Drie-eenheid, God als Vader, Zoon en Geest - velen hebben er tegenwoordig moeite mee. We kunnen niets meer met die moeilijke dogma's: hoor je vaak. 'Van mij mogen ze weg.' Wat zeker ook in dit soort uitspraken meespeelt is een aversie tegen dogmatisme: tegen het binden aan regels van 'zo moet je geloven'. Daarin kunnen velen van ons zich herkennen. Maar voordat je iets weggooit, kun je wellicht eerst proberen de intentie en diepere betekenis te verstaan waarom de kerk het blijkbaar nodig heeft gevonden om onbegrijpelijke en paradoxale
dingen over God te zeggen.

De cabaretier Herman Finkers heeft dit paradoxale haarfijn aangevoeld. 'Dogma's zijn poëzie: zegt hij ergens. 'Ik vind ze prachtig, want ze laten zien hoe onlogisch God en geloof zijn. Net als het leven zelf. In zijn voorstelling ‘Na de pauze’ vertelt hij hoe de pastoor in zijn jeugdjaren eens vertelde over de drie-enige God. Op zijn typische wijze draait Finkers echter de zaken om. Toen de pastoor zei dat er een God was en dat Hij bestond uit drie personen,  haakten de meesten af. Voor hemzelf was dat reden om zich te geven aan het geloof. 'Hè hè, nou snap ik het eindelijk,' zei Finkers. 'Want er klopt immers niets van,  1+1+1 = 1. Geloof is niet kloppend te krijgen. Dat geeft mij lucht, dit soort onlogischheden , want zo krijg je oog voor de poëzie van het leven. '

Wanneer je cirkelt rond het Mysterie van de Drie-eenheid, kun je associatief aan een aantal woorden denken: dynamiek, gemeenschap, openheid en ruimte. Rond deze vier woorden kunnen we iets over de Drie-eenheid zeggen.

1. Dynamiek
Het eerste woord is “Dynamiek”.
We maken van dogma's vaak iets statisch, iets wat ons zelf vastzet. Maar je kunt het dogma van de Triniteit ook zo bekijken: het maakt van een starre onbeweeglijke God een dynamische God. God is dynamiek, beweging.
Hij zet ons in beweging. Hij is een vuur dat ons kan verwarmen en in vuur en vlam kan zetten.
Dat vertelt dat beeldende, symbolische verhaal uit Exodus zo prachtig. Een engel laat zich aan Mozes zien, in een vuurvlam uit het midden van de doornstruik. Letterlijk staat er in het Hebreeuws dat Mozes van zijn weg afwijkt. Hij buigt af naar dat vuur, hij wordt er door gefascineerd, er is verlangen naar iets wat zijn gewone leven overstijgt. Het is een geheimzinnig verhaal, dat zijn geheim nooit helemaal prijs geeft. Je kunt er - net als bij God zelf - wel een beetje bij in de buurt komen, maar in je vingers krijgen doe je het niet.

Dichtbij het vuur gekomen, hoort Mozes een stem, God roept hem. Wat er dan volgt is een meesterlijk spel van aantrekking en afstoting. Voortdurend cirkelen Mozes en God om elkaar heen. Het staat er allemaal in verhaalvorm, maar soms kun je zelf iets van die worsteling ervaren in het geloof, in het leven. Je schrikt terug, je
wordt weer bij de les geroepen, je hebt je vragen en je tegenwerpingen, en dan weer laat je je meenemen door die raadselachtige God die jou niet loslaat.

Er is een joodse verklaring, die deze nederige doornstruik als symbool ziet voor het geloof van gewone mensen. Laag bij de grond in de woestijn van je leven probeer je zo goed en zo kwaad als het gaat te leven, en dat gaat met vallen en opstaan. Je hunkert naar leven, naar vuur in je leven, naar God wellicht, maar je weet niet hoe of wat. Dat vuur uit die doornstruik zou je kunnen zien als een verwijzing naar Gods aanwezigheid in jouw leven, hoe nederig en eenvoudig ook. God is niet te groot om in jouw leven zijn vuur te laten branden.

Zo maakt God zich aan Mozes bekend: als een God die in de levens van gewone mensen, doornstruiken, wil wonen, die het vuur brandend wil houden. Er is een prachtig lied uit Taizé dat zingt: 'In onze duisternis, ontsteek Heer, een vuur dat nooit meer doven zal. ' Zo kan God een dynamisch vuur worden in ons leven, soms een onooglijk vlammetje en soms een laaiend vuur.

2. Gemeenschap
Het tweede woord is “Gemeenschap”
Vaak zeggen we het tegen elkaar, in de kerk, in de samenleving: hoe belangrijk gemeenschap, onderlinge betrokkenheid is. Dat je elkaar ziet en met elkaar verbonden bent, daar gaat het om in kerk en samenleving.

De christelijke traditie heeft God zelf als onderlinge gemeenschap gezien. In een beroemde icoon van de Drie-eenheid, geschilderd door de Russische iconenschilder Andrej Rublev rond 1400, is dit prachtig uitgebeeld. Drie personen, drie engelen zitten om een tafel waarop een beker met brood staat. De een kijkt naar de ander die weer naar de derde kijkt. Er wordt onder andere het verhaal over de gastvrijheid van Abraham in verbeeld, als hij drie gasten op het heetst van de dag
ontvangt. Vrijwel zonder overgang wisselt de tekst russen de drie personen en God zelf. Rublev laat zien hoe God onderlinge gemeenschap en betrokkenheid is. Het brood en de wijn, symbool van eucharistie of avondmaal, betrekt ons erbij.

Wie is God?  Waar is zijn Aanwezigheid? De bijbelschrijvers zeggen het met zoveel prachtige verhalen: We kunnen God niet vangen in onze beelden, we kunnen Hem niet vastleggen met onze woorden. God is een geheim, een Mysterie, maar het grote wonder is dat God een relatie met ons mensen wil aangaan. God spreekt ons aan en wil aangesproken worden. God is Woord en Geest, Hij is Vader en Zoon en Geest, Hij is
een Gij, een Jij. Hij is ook stilte en verborgenheid. Hij laat zich kennen in het volk Israël, in Jezus, maar verbergt zich ook telkens weer. Je hebt God nooit, maar je kunt wel meegenomen worden in zijn gemeenschap.

3. Openheid
Het derde woord is “Openheid”.
In de christelijke traditie, en dan vooral bij de mystici, de zoekers naar God, is er altijd het besef geweest dat God een mysterie is, een Geheim, waaromheen je wel kunt cirkelen, maar waar je nooit vat op kunt krijgen. En zeker het denken loopt stuk op God. Het is goed en noodzakelijk om je verstand te gebruiken , maar je moet niet denken dat je God rationeel kunt vatten. Over God kun je eigenlijk alleen maar in paradoxen, schijnbare tegenstellingen, spreken. In een beroemd klein en anoniem mystiek geschrift uit de veertiende eeuw, getiteld “De wolk van niet weten”, zegt een monnik:

'Maar nu zul je mij vragen: Hoe moet ik over God zelf denken, en over wat Hij is? En dan kan ik je enkel maar antwoorden: Ik weet het niet. Want met deze vraag heb je mij in dezelfde duisternis gebracht, dezelfde wolk van niet-weten, waarin ik jou hebben wil. Want wij kunnen door Gods genade alles weten over alle mogelijke zaken en wij kunnen daarover ook nadenken, zelfs over Gods eigen werken; maar over God zelf kan niemand denken. Daarom schuif ik alles wat ik kan denken terzijde en kies voor mijn liefde datgene uit wat mijn denken te boven
gaat. Waarom? Omdat Hij wel bemind kan worden, maar niet bedacht. Door de liefde kan Hij gevangengenomen en vastgehouden worden, nooit door de gedachte.'

God ontsnapt aan al onze denkmodellen, concepten en voorstellingen. Hij is altijd groter, anders, dan wij kunnen verzinnen. God heeft met verlangen te maken, met liefde, met wat je hart het diepste raakt, wat je ziel in beroering brengt. Alles wat je daarover zegt is stamelen. Door in drie woorden te spreken over God en tot God, als Vader, Zoon en Geest, stamel je eigenlijk op onbeholpen wijze iets van het goddelijk Mysterie uit.

In het dogma van de Triniteit wordt op een poëtische manier een beweging naar openheid gemaakt. God is niet gesloten, Hij is open. God breekt onze kaders open . Voorbij het denken komt Hij tot ons, recht in het hart.

4. Ruimte
Het vierde woord is “Ruimte”.
'God is een heerlijk woord: is een uitspraak van Hein Blommestein. Niemand weet wat er mee bedoeld wordt.' En juist omdat je het niet weet, geeft dit woord ruimte voor het onzegbare. Je kunt 'God' niet invullen, je kunt God niet in je vingers krijgen. Woorden schieten altijd te kort. We kunnen niet anders dan breekbare taal gebruiken. Spreken over God als de Drie-Ene is breekbare taal.

Je verwoordt het onzegbare van God tastenderwijs met woorden als ruimte, liefde. Liefde is het diepste wat je over God kunt zeggen. Liefde is de beweging waarmee God naar ons toekomt. Liefde haalt ons uit onszelf, liefde zet ons in de ruimte.

De trappistenmonnik Thomas Merton schreef hierover prachtige woorden: 'God wordt niet volledig gekend wanneer hij enkel 'gekend' wordt met het verstand. Hij wordt het best gekend door ons wanneer Hij bezit neemt van heel ons zijn en ons met Zichzelf verenigt. Dan kennen we Hem niet als een idee maar voorbij aan alle ideeën, in een liefdescontact, in een ervaring van Wie Hij is, in een realiseren dat Hij en alleen Hij ons leven is en dat we zonder Hem niets zijn .

Het is onze vreugde om niets te zijn, en te weten dat Hij alles is.' Weten we nu wie God is? Kunnen we Hem vatten? Nee, God onttrekt zich altijd weer aan onze pogingen Hem te beschrijven. Het dogma van de Drie-eenheid is een poëtische vertaling van die onmogelijkheid.

Maar soms, soms speuren we een glimp van zijn Aanwezigheid. In de Bijbelverhalen die we lezen. In sommige kostbare ontmoetingen. Diep in ons hart, in onze ziel.
Om dan te stamelen: U, U ….... . En dan durven we het aan om die Onbenoembare aan te roepen in een geest van vrijheid en ruimte als Abba, Vader. Zoals Jezus dat heeft voorgedaan.
Amen
 

terug