overdenking en liturgie van zondag 20 januari

ds. Hulshof, Jubbega
overdenking en liturgie van zondag 20 januari

Preek over Johannes 2: 1-11


Thema: De toon is gezet!

 


Liturgie:     Verwelkoming
                    Psalm 33: 1
                    Begroeting
                    Psalm 33: 2
                    Gebed
                    Inleiding op het avondmaal
                    Geroepen om te zingen 187: ‘k Stel mijn vertrouwen (canon)
                    Bernetsjerke
                    Lezen: Jesaja 62: 1-5
                    Johannes 2: 1-11
                    Zingende Gezegend 64 (Melodie: Gezang 446)
                                     1. Drink vrolijk, proef de zoete wijn,
                                         de vrucht van Gods verbond
                                         de beker gaat langs groot en klein,
                                          het heil van mond tot mond.
                                      2. Maar dan: o God, de wijn is op!
                                          Er klinkt geen loflied meer,
                                         de leegte slokt het leven op,
                                         de liefde lokt niet meer.
                                      3. Is dit nu het beloofde land,
                                          het hooggeprezen feest
                                         of is er, Heer, aan onze kant
                                          tekort aan trouw geweest?
                                     4. Een stem: ‘Maak al wat leeg is vol,
                                          vervul Gods goede wet!’
                                          Zie hoe de Wijnstok liefdevol
                                          de ware vreugde redt!
                                      5. Zeg niet: Er zal geen feest meer zijn,
                                          leeg is mijn kruik, mijn kan
                                         Hij maakt op tijd van water wijn,
                                          van Kana Kanaän!


Preek: De toon is gezet! (Preek staat voluit geschreven onder de liturgie)


Gezang 166: 3,4
Inzameling van de gaven
De tafel wordt klaar gemaakt
Inzettingswoorden
Gebed en gezamenlijk Onze Vader
Zingen: Gezang 358: 2,5
Nodiging en viering (brood, wijn (eerste dienblad) of druivensap (tweede dienblad)
Zingen: Gezang 358: 6
Dankgebed
Zingen: Gezang 44: 3
Zegen
Lied: Gez. 456: 3


Inleiding op het avondmaal
Wie van jullie heeft al op het ijs gestaan?
En wie heeft er geschaatst?
Dat is mooi, hè? Vooral als je daar goed in bent.
Nou, Sytze, kan er ook wat van. Hy kin goed reedriden.
Dat vindt hij prachtig en hij kan hiel hurd.
Maar als hij op ijs is, dan moet hij vaak denken aan die keer dat het bijna mis was gegaan.
Dat is al een paar jaar geleden, maar elke keer als Sytze gaat schaatsen dan denkt hij daar weer aan.
Hij ging heel snel en hij zoefde over het ijs.
Maar toen opeens ging het fout.
Hoe het kon,dat weet Sytze nog steeds niet, maar hij hoorde een vreemd geluid. Het ijs kraakte gigantisch en opeens zakte hij door het ijs en hij verdween onder het ijs in het ijskoude water.
Hij probeerde er uit te komen, maar hij kon het gat niet meer terugvinden.
Hij verslapte en hij dacht echt dat het met hem gebeurd was.
Maar toen was daar opeens een sterke hand, die hem uit water trok.
Dat was de hand van Gerke geweest. Die had het gezien en die was er gelijk naar toegegaan.
Dankzij hem leefde Sytze nog. Dat wist Sytze maar al te goed.
En elke keer als hij Gerke zag, dan dacht hij daar weer aan.
Gerke is de man, die mij gered heeft.
Als hij er niet was geweest, dan … nee, daar moet je maar niet aan denken. Maar gelukkig was Gerke er wel en kwam hij nog op tijd onder dat ijs vandaan.
 Eigenlijk doen wij dat vandaag ook. Denken wij aan iemand, die ons gered heeft. Aan heel bijzonder iemand.
Want straks vieren wij het avondmaal.
Dan krijgen wij brood en druivensap of wijn.
En elke keer als we dat vieren dan denken we aan de Here Jezus, die gekomen is om ons te redden en om ons weer hoop te geven.
Het brood wijst op Zijn lichaam, dat Hij voor ons gegeven heeft.
En de druivensap en de wijn wijzen op Zijn bloed, dat Hij gaf voor de dingen die wij verkeerd hebben gedaan.
Jezus kwam om het goed te maken tussen God en ons.
Jezus heeft weer een stukje blijdschap in ons leven gebracht.
Door Hem kunnen we verder kijken.
Naar een wereld van vrede en waar iedereen weer kan lachen.
Als Hij niet was gekomen, dan kwam er nooit een eind aan al het verdriet en aan de ruzies en andere nare dingen. Maar gelukkig, Hij is gekomen en als we straks het avondmaal vieren, denk dan maar aan onze Redder. Aan onze Verlosser. Aan Hem door wie wij weer kunnen lachen. Denk dan maar aan de Here Jezus, die ook voor jou is gekomen en die altijd bij je is.


Preek


Beste mensen,
Straks vieren wij het avondmaal en dan krijgen wij brood en wijn of druivensap.
Zo voor het oog is daar niets bijzonders aan.
Het is gewoon wit brood en de wijn is een zoete rode wijn.
En toch gaat het bij het avondmaal om meer dan alleen brood en wijn.
Het gaat ook om iets, wat we niet kunnen zien, maar wat we wel kunnen proeven en ervaren.
Iets van God.
Iets van Zijn goedheid.
Iets van Zijn nabijheid.
Dan kan er zomaar een glans vallen -een goddelijke glans- over dat gewone alledaagse brood en over dat kleine bekertje met wijn.
Een goddelijke glans over de doodgewone dingen in het leven.
Dat zien we ook in dat verhaal over de bruiloft in Kana.
Het is een prachtig verhaal, waarin ook een paar doordenkertjes verwerkt zijn.
Neem alleen al die eerste woorden: Op de derde dag. Op de derde dag was er een bruiloft in Kana.
Dat is in de bijbel een bijzondere dag.
 En juist op die dag gebeurt het. Dan toont Jezus Zijn grootheid. Dan is er opeens iets te zien van Zijn heerlijkheid. Dan valt er een goddelijke glans over het gewone alledaagse leven.
Het gewone alledaagse leven.
Daar hoort een bruiloft bij. Dat is het goede leven. Een leven dat sprankelt van liefde en van vreugde.
Maar dat gewone alledaagse leven heeft ook een andere kant. Want dat leven is niet altijd een feest. Dat leven kent ook tegenslagen en teleurstelling. Er zijn ook dagen en tijden bij dat de wijn op is en dat de jeu van het leven er af is.
Dat is ook ons leven.
Het éne moment kun je lachen en plezier hebben.
En het andere moment is het lachen je vergaan en zie je alleen maar bloed, zweet en tranen.
En in dat leven met z’n ups en downs breekt die goddelijke glans door.
Jezus gaat daarin aan het werk.
Of beter gezegd: Hij zet de bedienden aan het werk.
Zij moeten die zes stenen watervaten vullen met water.
Dat is ook weer zo’n puntje, waar ik toch even bij stil wil staan.
Want die bedienden doen iets en werken zo mee aan een wonder.
Dat hadden ze natuurlijk niet door.
Zij doen gewoon wat hun is opgedragen.
Zij vullen die grote kruiken met water.
Wat ze daarbij allemaal gedacht hebben, staat er niet bij. Maar zo worden zij wel- zonder het zelf te weten- ingeschakeld bij dit wonder.
3
Dat kan zo ineens gebeuren.
Ook in ons leven.
Daar sta je niet altijd bij stil, maar toch kan het zo gaan.
Als je bijvoorbeeld de tafel voor de avondmaalsviering klaarmaakt.
Als je het brood snijdt en de wijn in de kan giet.
Maar dan mag je wel doen, wat die bedienden ook doen.
Meewerken.
Een schakeltje zijn in Gods werk.
De middelen klaarzetten, die God kan gebruiken en waar God iets van Zijn glans over laat vallen.
Dat kan ook op andere manieren.
Als je iemand een kaart stuurt of opzoekt.
Als je iemand, die honger heeft, eten geeft of als je je arm om iemand heenlegt, die het moeilijk heeft.
Over dat gewone, dat alledaagse, kan opeens die goddelijks glans vallen.
En dan hoeven wij -net als die bedienden- ons niet druk te maken over dat wonder en hoe dat dan moet. Nee, gewoon doen, wat we kunnen doen.
En voor de rest: Het maar gewoon aan God overlaten. Het in Zijn handen leggen.
 Ik moet even denken aan Luther, die het niet altijd gemakkelijk heeft gehad. Hij heeft voor hete vuren gestaan en door alle strijd heen gezegd, wat hij wilde zeggen. En als hij dan ‘s avonds op bed lag, dan kon hij het zo mooi zeggen: Dan bad hij wel eens tot God: Heer, ik ben moe en ik ga nu slapen. Ik heb mijn werk gedaan en U moet het maar afmaken. Ik leg het in Uw handen.
En dan kan zo ineens die glans over ons leven vallen.
Dan kan er zo ineens weer vreugde komen in de tijd dat de wijn op is.
Hier -in Johannes 2- is er opeens een overvloed aan wijn.
Zes stenen watervaten van 2 à 3 metrete.
Dat zijn watervaten van 80 en van 120 liter.
Dus dat is met elkaar zo’n 600 liter wijn.
Dat is niet een weinig wijn.
En is ook geen waterige wijn.
Het de beste wijn van het hele feest.
De cermoniemeester is laaiend enthousiast.
Het feest kan doorgaan.
Er kan weer gelachen worden.
Er kan weer geleefd en gedanst worden.
Er is wijn in overvloed.
Lieve mensen, hiermee is de toon gezet.
Hier laat Jezus zien, waarom Hij gekomen is.
Om weer vreugde in ons leven te brengen.
Om ons leven weer hoop en glans te geven.
Niet voor niets eindigt dit verhaal met de woorden: “Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.”
Het is het eerste wonderteken.
Dat is veelzeggend.
Dat zijn de eerste noten.
4
Daarin horen we de eerste klanken van een prachtig muziekstuk.
Nee, dat zijn geen sombere en zware klanken.
Maar het sprankelt, het is levendig, het is vrolijk en je wordt daarin meegenomen.
En o ja, het is wonderTEKEN.
Een teken.
Dat wijst ergens op.
Dat wijst op de vreugde die er straks helemaal zal zijn.
De vreugde, waar Jesaja het al over had.
De volle vreugde als dé Bruidegom komt om Zijn bruid te halen.
Dat geeft moed.
Daardoor kunnen wij verder.
Bouwt dan ootmoedig aan de aarde,
legt vrede in elkanders hand:
Hij die de beste wijn bewaarde
roept ons ter bruiloft in zijn land!
 Een gezegend avondmaal toegewenst onder die goddelijke glans van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Piet Hulshof, 27 januari 2013
 

terug