Doopdienst Amerins Abma

Doopdienst Amerins Abma

Psalm 139: 1-18
Thema: God kent jou vanaf het begin
Belijdenis- en doopdienst

Liturgie: Zingen: Opw. 167: 1,2,3: Samen in de naam van Jezus
Welkom
Staande zingen: Psalm 100: 1,2,4: Juicht God toe
Begroeting en klein gloria
Gebed
Belijdenis van Ruurd
Inleiding op de doop van Amerins
Zingen: Laat de kinderen tot Mij komen
Ruurd en Marjanne beantwoorden de doopvragen
Zingen: Gezang 335: 1,2,5: Heer van uw kerk
Doop
Staande zingen: Gezang 335: 9: Er is gedoopt
Gemeente blijft staan voor de belofte:
Gedicht: Ik wens je
Gebed
Zingen: Samen in het licht
Kindernevendienst
Lezen: Psalm 139: 1-18
Zingen: Opw. 518: Heer, U doorgrondt en kent mij
Overdenking: God kent jou vanaf het begin
Zingen: EL 170: 1,2: Groot is Uw trouw, o Heer
Dankgebed
Collecten
Zingen: Psalm 150: 1,2: Looft God
Zegen


Overdenking; God kent jou vanaf het begin


Psalm 139.
Wat is dat een mooie psalm.
Die woorden. Daar krijg je gewoon kippevel van.
Woorden over God, die bij je is; altijd om je heen.

 

En dan het woord kennen.
Dat speelt ook zo’n belangrijke rol in deze psalm.
Het staat er een aantal keren.
Dat God ons kent en dat Hij ons doorgrondt.
Wat is dat bijzonder.

Maar wat is dat eigenlijk?
Kennen.
Wat betekent dat?

Je kunt iemands naam kennen. Maar dat wil nog niet zeggen, dat je die persoon ook echt kent.
Je kunt weten, hoe iemand er uitziet. Op straat herken je hem of haar, maar dat is nog wel wat anders dan iemand echt kennen.

Kennen heeft alles te maken met een relatie.
Je vrienden en je vriendinnen leer je kennen door met elkaar om te gaan.
Een jongen en een meisje leren elkaar kennen door met elkaar te praten.
Als vader en moeder leer je je kind steeds beter kennen. En andersom leert Amerins jullie ook kennen. Jullie zijn heel vertrouwd voor haar en er komt vast nog wel een tijd, dat zij éénkennig wordt en dat ze weinig moet hebben van andere mensen. Zelfs de pakes en de beppes moeten dan nog wel eens slikken. Maar alleen bij jullie als heit en mem voelt ze zich dan veilig.
Kennen, echt kennen, heeft alles te maken met een relatie.

Nou komt dat meestal van twee kanten.
Je praat met elkaar, je deelt iets met elkaar en daardoor leer je elkaar kennen.

Maar nou staat hier, dat God ons kent.
U kent mij en U doorgrondt mij.
Ja, vanaf het allereerste begin van mijn leven, zag God mij.
Hij vormde en kneedde mij in de moederschoot.
God kent mij vanaf het begin.
Vanaf dat allereerste begin in de moederschoot.

Dat is eigenlijk heel bijzonder.
Want kennelijk kent Hij ons al, voordat wij ook maar iets van Hem gehoord hebben.
Kennelijk ziet Hij ons al, terwijl onze ogen nog gemaakt moeten worden.
Hij zorgt al voor ons, zonder dat wij ook nog maar enig besef van God en van het leven hebben.
Hij kent je beter en dieper dan wij onszelf kennen.

Je zou dat kunnen vergelijken met de geboorte van je kind.
Als een kind ter wereld komt dan hoort dat er gelijk helemaal bij.
Op het moment dat je Amerins in de armen sloot, dan voelde dat al zo vertrouwd en dan is die band al zo sterk, alsof je haar al jaren kent.
Zij moet jullie nog leren kennen, maar andersom is zij niet meer weg te denken uit je gezin.

Zo is dat ook met God.
Hij voelt een ontzettend sterke band met ons. Met jou en met mij.
En dat is ook begrijpelijk.
Hij is onze Schepper. Hij heeft ons gemaakt. Hem behoren wij toe.
Hij wil graag dat wij het goed hebben. Daarom zorgt Hij voor ons. Is Hij vóór ons. Boven ons. Naast ons. Altijd om ons heen.
Hij steekt als het ware als eerste zijn hand uit om te helpen. Om te geven wat we nodig hebben.

Als eerste.
Dat is wel iets om bij stil te staan.
Voordat wij ook maar iets konden doen, was Hij al met ons bezig.
Voordat wij Hem konden zien, zagen zijn ogen ons vormeloos begin.

Dat zagen we zojuist ook met de doop van Amerins.
Een prachtig poppie.
En toch ook zo klein en zo afhankelijk.
Ze kan nog niet voor zichzelf zorgen.
Ze kan nog geen keuzes maken.
Ze begrijpt nog niet wat we zeggen.

En dan die doop, die laat zien dat God al “ja” tegen haar heeft gezegd.
Ja, Amerins, Mijn oog is ook op jou gericht.
Ik ken jou en Ik ga met jou mee.
Ik omring jou met Mijn trouw in goede tijden en in slechte tijden.
Ik ben bij je in vreugde en in verdriet.

Als mens weet je van tevoren niet, wat het leven allemaal gaat brengen.
Als ouders wil je graag, dat je kind gelukkig is en dat het goed met haar gaat.
Maar dat is nog geen garantie dat het ook zo zal gaan.
Het leven kent ook andere kanten. Heel grillige kanten.
En dat kan je ook weer bezig houden, want hoe zal het gaan? Wat zal Amerins allemaal tegenkomen in haar leven en in deze wereld?

Maar dan haar doop!
En dan die belofte van God!
Ik ben bij je. Wat er ook gebeurt.
Ik keer mijn ogen niet van je af, maar Ik houd mijn oog op jou gericht.

Niet als een big brother, who is watching you.
Maar als een Vader in de hemel.
Een Vader, die het beste met je voor heeft.
Een, die van je houdt en die jou kent.
God kent jou vanaf het begin.

En het bijzondere is dat God zich daarmee ook laat kennen.
Hij kent jou en Hij kent mij.
En daardoor kunnen we Hem ook leren kennen.
Niet dat we Hem dan helemaal doorgronden, zoals Hij ons doorgrondt.
Maar wel dat we een relatie met Hem kunnen hebben.
Een relatie met God, die jullie -Ruurd en Marjanne- ook kennen. Dat hebben jullie net ook laten horen.

En daar mag je Amerins over vertellen en het haar laten zien.
Vertellen over je geloof en vooral over de God, in wie je gelooft.

Dat kun je op verschillende manieren doen.
Dat doe je met woorden en daden.
Daar kun je de bijbel bij gebruiken.
Of  de kinderbijbel.

Maar dat kan ook met eigen woorden en vanuit je eigen levenservaringen.
Vertel haar maar, waarom God zo belangrijk voor jullie is en wat het geloof voor jullie betekent.
Leer haar wat bidden is en vertrouwen op God.
En dat geef je door om haar te helpen.
Zo leert zij net als jullie God kennen.
Niet alleen met haar hoofd, maar ook -en daar mag je op hopen en ook om bidden- met haar hart.
Dat ze die God leert kennen, die ons ons het leven geeft.
De God en Vader van onze Here Jezus Christus.
De God, die ook zoveel van Amerins houdt, dat Hij ook voor haar Zijn Zoon gegeven heeft.
De God die haar leven, en ook jullie leven en ons leven, zin en doel geeft.

En natuurlijk, kinderen kunnen ook andere keuzes maken. We kunnen God loslaten en Hem de rug toekeren.
Maar zelfs dan blijven Gods ogen op ons gericht. Misschien wel met ogen, die in onze rug prikken en die laten weten, dat er een weg terug is en dat God als die vader in die bekende gelijkenis op de uitkijk staat om ons te omarmen. Want daar verlangt Hij echt naar. Hij is onze Schepper, die niets liever wil dan dat wij een levende relatie met Hem hebben.

En met die God kunnen we ook verder.
Met de God die ons kent en die ons doorgrondt.
Die boven ons is, achter ons, naast ons, onder ons en voor ons.
En die nooit loslaat, wat Zijn hand begon.

En dan eindig ik met een een gedicht.
Een gebed voor je kind en voor alle kinderen om ons heen.

Het gaat zo:
Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen.
Graveer Gij ze daarin met onuitwisbaar schrift.
Dat niets of niemand ze meer ooit daaruit kan branden,
ook niet als satan ze straks als de tarwe zift.

Houdt Gij mijn kinderen vast, als ik ze los moet laten
en laat altijd U kracht boven hun zwakheid staan.
Gij weet hoe mateloos de wereld hen zal haten,
Als zij niet in het schema van de wereld zullen gaan.

Ik vraag U niet mijn kinderen elk verdriet te sparen,
maar wees Gij wel hun troost, als ze eenzaam zijn en bang.
Wil om Uws naams wil hen in Uw verbond bewaren.
en laat ze nooit van U vervreemden, nooit, hun leven lang!

Amen


Piet Hulshof, 20 oktober 2013


 

terug