Doge jo wol? Zondag 17 februari 2013

Ds. Hulshof Jubbega
Doge jo wol? Zondag 17 februari 2013

Tekst: Job 16: 20
Thema: Doge jo wol?
Bijzonderheden: Eerste lijdenszondag



Liturgie: Gezang 172: 1,3,4
Verwelkoming
Psalm 139: 1,2
Begroeting
Psalm 139: 14
Gebed
Projekt
Projektlied: Nieuw leven
Kindernevendienst
Schriftlezing: Job 16
Psalm 43: 1,2,3
Preek: Doge jo wol?
Luisterlied en gebed
EL 242: 1,2,3: Zo vriendelijk en veilig als het licht
Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis
EL 371: 1,2,3,4: Mijn Jezus, ik hou van U
Zegen
Amen, amen, amen.



Beste mensen,
Op het scherm zien jullie een foto van aardewerken
kruiken, die allemaal beschadigd zijn.
De één meer dan de ander,
maar ze hebben allemaal wat.


Bij de één is het oortje er af.
Bij de ander is er een stuk van de bovenrand afgebroken.
En dan is er ook nog die kruik in het midden.
Daar is echt weinig meer van over.
Dat kun je haast geen kruik meer noemen.
Die kruiken zou je best wel met ons leven kunnen vergelijken.
In je leven maak je heel wat mee.
Mooie dingen, maar ook hele moeilijke dingen.
Je leven kan beschadigd raken.
Oppervlakkig.
Of tot in het diepst van je ziel.
Er komen krassen op je kruik.
Er breken stukjes af.
De eerste barsten worden zichtbaar
of -nog erger- je leven ligt helemaal in puin.
Als jij uit één van die kruiken zou moeten kiezen,
op welke kruik lijkt jouw leven dan het meest?
Welke kruik past het beste bij jouw leven?
Die kruik die licht beschadigd is?
Of zijn het alleen nog maar scherven, die je ziet?
Nou hebben we vanmorgen een hoofdstuk uit het
boek Job gelezen.

En als het gaat om de vraag welke kruik bij hem
past,
dan lijkt me dat niet zo moeilijk.
Want wat die man allemaal heeft meegemaakt,
daar zijn gewoon geen woorden voor …...
Ik weet niet of het echt is gebeurt,
maar het verhaal grijpt je wel aan.
Ik ken mensen, die veel kracht putten uit dit bijbelboek.
Mensen, die van binnen zo kapot zijn, dat alleen het boek Job hun nog aanspreekt.
Daar kan dan geen ander bijbelboek tegen op.
Zij herkennen iets, van wat Job allemaal ondergaat.
Gebeurtenissen, waar geen woorden voor zijn
Gebeurtenissen, die hartverscheurend zijn.
Maar ook de herkenning bij die vrienden van Job,
die naar een oorzaak zoeken en daarmee de pijn alleen maar groter maken.
Niets dan ellende brengt jullie zogenaamde troost,
zegt Job tegen hun.
Al zegt Job er ook bij, dat hij waarschijnlijk hetzelfde had gedaan,
als hij in hun schoenen stond.
Over zelfkennis gesproken!
Maar het is natuurlijk niet goed, hoe deze vrienden in hun schema vastzitten.
En dat schema is:
Als het je goed gaat, dan zit het ook wel wel goed met boven,
Maar als het tegen zit, dan heb toch iets fout gedaan.
En als je die vrienden van Job hoort praten,
dan denk je misschien wel bij jezelf: Doge jo wol?
Hoe kunnen jullie nou zoiets tegen je eigen vriend zeggen?
Waarom blijven jullie daarbij?
2
Waarom luisteren jullie niet naar jullie vriend?
Ik kan me zo’n reactie voorstellen.
Want natuurlijk gaan zij veel te ver.
Maar toch wil ik ook iets positiefs over hun zeggen.
Want zij zitten daar toch maar.
Zij zoeken hun vriend Job op.
En dat is goed.
En de eerste zeven dagen zeggen zij geen woord.
Zij zijn er gewoon en zitten bij Job met gescheurde mantels
en met stof op hun hoofd.
Dat was ook goed.
Daar kunnen wij misschien nog wat van leren.
Want omgaan met mensen die te maken hebben met lijden en met verdriet …
dat is lastig.
Wat moet je zeggen?
Je voelt je dan niet in je element.
Je bent bang dat je iets verkeerds doet of zegt.
Ik hoor nog wel eens dat mensen en vrienden dan maar wegblijven.
Dat ze er niet waren, juist toen de ander dat zo nodig had.
Dat maakt het lijden alleen maar zwaarder.
Dat komt voort uit onze onmacht.
Wij weten er niet mee om te gaan en dus gaan we het maar uit de weg.
Het lijden en de gebrokenheid willen we niet.
Als het even kan, dan houden we dat maar buiten de deur.
We lopen er het liefst voor weg.
Maar dat deden deze vrienden van Job juist niet.
Zij lopen er niet voor weg, maar gaan er juist naar toe.
En alleen al, dat ze er zijn, doet goed.
Ze hoeven niets te zeggen.
Als ze dat doen gaat het ook verkeerd.
Maar gewoon er zijn.
Even een arm om Jobs schouder leggen.
Laten merken dat je er voor hem bent.
Dat is voor mensen als Job zo belangrijk en van bijzonder grote waarde.
Doge dizze freonen wol?
Jazeker! En of ze deugen.
Alleen als zij met hun schema aan komen zetten,
met hun theologisch systeem, ja, dan gaat het fout.
3

Want dat deugt niet.
Zo simpel is het namelijk niet:
Als je het je goed gaat, dan zit het ook wel wel goed met boven,

Maar als het tegen zit, dan heb toch iets fout gedaan.
 Maar hoe zit het dan wel met dat hele vraagstuk over God en het lijden.
Want daar zitten we natuurlijk nog steeds mee.
En dan moet je eens kijken naar Job.
Hij is als een kruik, die zwaar beschadigd is.
Getekend voor het leven.
Maar weet je wat het ook is met zo’n
kapotgeslagen kruik?
Die laat meer van zijn binnenkant zien.
Je kunt er in kijken.
Dat zien we ook hier bij Job.
Die breekt open en laat zich in zijn hart kijken.
Hij is heel kwetsbaar en hij zegt gewoon, wat hij voelt.
En dat gevoel is zo dubbel als maar kan.
Dan vallen alle dogma’s en al onze theologie even weg.
Want wat Job hier allemaal zegt, dat past daar gewoon niet in.
Aan de éne kant verwijt hij God van alles.
Hij ziet God zelfs als zijn vijand.
Ja, daar schrik je misschien van, maar dat zegt hij wel.
Vers 9:
Zijn woede verscheurt me, hij valt aan,
tandenknarsend staat hij tegenover me,
mijn vijand – hij richt zijn stekende blik op mij.
Job klaagt God aan.
En zijn aanklacht is eigenlijk de vraag van ons thema:
Doge jo wol?
God, het klopt gewoon niet. Dit kan niet.
U houdt zich niet aan Uw woord.
Ik begrijp hier niets van.
Dit is intens gemeen, wat U doet.
Dit past niet bij Wie U bent en hoe Zich voordoet.
Ik ben diep, maar ook diep in U teleurgesteld.
Ik weet gewoon niet wat ik met U aan moet.
4
Nou, maar dat is wat. Wat moet ik daar nou op zeggen?
Moet ik daar tegen ingaan?
Moet ik nou tegen Job zeggen: Hé Job, doge jo wol?
Je weet best dat God zo niet is?
Maar voor Job is het wel zo.
En wat Job hier uit, dat is voor veel mensen een verademing.
Dat kan herkenbaar zijn.
Dat kan vertolken wat je voelt en wat je denkt.
Want de dingen die in je leven gebeuren,
die raken ook je geloof en je vertrouwen.
En uit alles blijkt, dat Jobs geloof en vertrouwen
een behoorlijke knauw hebben gekregen.
Maar is daar nog wel wat van overgebleven?
Want Job, je gaat toch wel heel erg ver.
God als vijand. Iemand die alleen maar op jouw ondergang uit is …
En moet je dan eens horen wat Job verder zegt.
Vers 20:
Zijn mijn vrienden soms mijn voorspraak?
Nee, in tranen zien mijn ogen op naar God.
In tranen zien mijn ogen op naar God.
Die woorden komen ook naar boven.
Het moest van heel ver weg komen.
Vanuit zijn tenen, bij wijze van spreken.
Maar toch, door al die twijfels en door al worstelingen heen
ook deze woorden.
In tranen zien mijn ogen op naar God.
Wat is dat dubbel hè?
Job klaagt God aan.
Hij gooit Hem van alles voor de voeten.
En tegelijkertijd doet Job een beroep op God als zijn voorspraak en als zijn
pleitbezorger.
Job gaat met zijn lijden en al zijn emoties naar God toe.
Dat gaat met tranen gepaard.
Dat gaat met woede en met onbegrip gepaard.
Maar hij gaat er mee naar God toe.
Job doet niet, wat zijn vrouw hem heeft aangeraden.
Die had gezegd: Stop toch met jouw geloof in God. Kap daar mee.
5
Job gaat ook niet mee in het systeem van zijn vrienden.
Nee, hij legt het maar in Gods handen.
Want God zal toch opkomen voor het recht.
God zal zich hier niet bij neerleggen.
In tranen zien mijn ogen op naar God.
In tranen.
Ik ontmoet mensen die zoveel mee hebben gemaakt,
dat zij zich afvragen of er ooit weer blijdschap in hun leven kan komen.
Er is zo veel pijn.
Zo veel verdriet.
Door die tranen heen richt Job zijn ogen op God.
Op die God, die hij van alles verwijt
en van wie hij zich afvraagt, of Hij wel deugt. Doge jo wol?
En ook op die God, in wie hij gelooft.
Misschien wel heel voorzichtig en misschien is nog maar een klein vlammetje.
Maar hij uit het wel.
Dat is óók te zien in die gebroken kruik van Jobs leven.
Het lijden moeten wij niet proberen te verdoezelen.
We moeten het ook niet uit de weg gaan.
In het lijden komt het er juist op aan om er voor elkaar te zijn.
Komt het er ook op aan om mensen als Job de ruimte te geven om zich te uiten.
Hoe dat ook gebeurt.
En wat er dan ook gezegd wordt.
En door dat alles heen ook samen op zoek gaan naar God.
Dwars door alle worstelingen heen het lijden ook maar in zijn handen leggen.
Ook al deugt er niets van.
Ook al begrijp je er niets van.
Ook al druist dat tegen alles in.
Toch maar leggen in de handen van die God,
die ons lijden niet uit de weg is gegaan.
In de handen van die God,
die naar ons toegekomen is,
die in Zijn Zoon dwars door het lijden is heengegaan
en die laat horen en zien
dat Hij toch een God is van recht.
Een God, die voor ons opkomt en die zal doen wat Hij gezegd heeft.
Doge jo wol?
Ja, Hy doget wol!
Absoluut!

We gaan nu luisteren naar een lied en daarna gaan we samen bidden:
Als het leven soms pijn doet http://www.youtube.com/watch?v=BZMNxvcfNos

Piet Hulshof, 17 februari 2013

terug