Zondag 22 september 2013

Zondag 22 september 2013

Tekst: 1 Koningen 17: 1-16
Thema: God doet Zijn hand toch open
Bijzonderheid: Avondmaal

Liturgie: Nieuwe Liedboek 405: Heilig, heilig, heilig: 1,4
Welkom
Psalm 63: 1,3: Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat
Begroeting:
Klein gloria
Gebed
Zingen: Samen in het licht
Lezen: 1 Koningen 17: 1-16
Psalm 34: 1,4: Ik loof de Heer altijd
Overdenking
Gezang 448: 1,3,4: Soms groet een licht van vreugde
Gebed
Inzettingswoorden
Nieuwe liedboek 385: 1,2,3,4: De tafel van samen
Viering heilig avondmaal
Gezang 358: 6: U wil ik danken
Dankgebed: Onze Vader
Collecten
Kinderen komen terug
Nieuwe liedboek 985: 1,3: Heilig, heilig, heilig
Zegen
Amen


Koning Achab zou heel goed een man van deze tijd kunnen zijn.
Vooral als het gaat om zijn geloof en om zijn levensbeschouwing.
Want dan is Achab nog niet zo zeker van zijn zaak.
Hij is daarin nog zoekende en hij probeert antwoorden te krijgen op zijn vragen.

Ja, er zal wel iets zijn, die alles bestuurt.
Maar wie of wat dat iets is, daar kan Achab niet zo maar antwoord op geven.

En natuurlijk, als Israëliet kent hij de verhalen van de God van Abraham, Izaäk en Jacob.
De God die alles gemaakt heeft en waar Israël volgens die verhalen heel veel aan te danken heeft.

Maar wie zegt hem nou, dat dat de enige god is.
Kijk eens om je heen.
Er zijn nog zoveel andere religies en godsdiensten.
En zouden die dan allemaal de plank volledig misslaan?

De vrouw van Achab gelooft in Baäl en in de Asjera.
Dat is ook heel interessant.
Van die goden kun je je tenminste een beeld vormen en die goden zorgen ook voor ons. Zij geven ons eten en drinken. Het zijn goden van het leven en van de vruchtbaarheid. Zij laten alles groeien en zij maken het leven leefbaar.

En Achab wil al die godsdiensten het liefste combineren.
Een beetje van dit en een beetje van dat.
Een beetje van de cultus van Israël en ook wat van de cultus van Kanaän.

Verspreid beleggen.
Dat is wat Achab doet.
Zoveel mogelijk zekerheden inbouwen.
Niet alle kaarten zetten op één god, maar op meerdere goden.
Dan maak je meer kans dat de goede god er bij zit.

En dan verschijnt daar Elia op het toneel.
Een profeet door God gestuurd en alleen zijn naam is al zo veelzeggend.

Elia. Dat betekent: Mijn God is Jahweh.
Ja, Achab, je weet wel, die God die Zich zo aan Mozes bekend heeft gemaakt en die steeds heeft laten zien dat Hij de levende God is. De God die er bij is. De Ik ben, die Ik ben. Die God is Jahweh. En die God, Achab, is mijn God.

En wat ik nu ga zeggen, Achab, dat zijn niet mijn woorden, maar dat zijn de woorden van die God, die mij gezonden heeft.
Want jij kunt wel denken dat al die andere goden jou kunnen helpen.
Jij kunt wel denken dat de Baäl en de Asjera voor het brood en de regen zorgen.
En jij kunt wel denken dat die gewijde paal in je achtertuin hun gunstig zal stemmen.
Maar er is er maar Één, die echt kan helpen.
Er is maar Één, die zorgt voor ons brood en voor de regen.
En dan weet jij wel, over Wie Ik het heb.

En als Hij de regen en de dauw stopzet, dan moet je eens kijken wat er gebeurt.
Dan zijn die goden van jou nergens meer.
En dat gaat ook gebeuren. Want zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.
We praten dan wel verder.

Elia vertrok.
En Achab, wat zal hij gedacht hebben?
Dat die Elia niet helemaal spoort. Er zal bij hem wel een steekje loszitten.
Of zou er ook een stemmetje zijn geweest, dat zei: Maar stel nou …

Ja, en dan houdt het op met regenen.
Het land wordt droog. Kurkdroog. Met alle gevolgen vandien.
Iedereen leed er zwaar onder.
En Achab met zijn goden kon daar niets tegen doen.
Als God zich terugtrekt, dan is een mens nergens meer.
Als God Zijn zegen niet meer geeft, dan staan wij met al onze kennis en met onze hoogstaande techniek machteloos.

De mens kan heel veel. We kunnen tal van ziekten tegengaan. We kunnen zorgen voor goede opbrengsten van het land. We kunnen zorgen voor een zo hoog mogelijke melk- en vleesproductie. De mens is bijna goddelijk gemaakt. Maar of we dan overal de hand in hebben … of we alles kunnen regelen …

Straks zingen wij die regel: God doet zijn hand toch open. Maar als God die hand niet opent. Als Hij niet meer zorgt. Als Hij niet meer geeft.

Achab en het hele volk ondervinden aan den lijve wat dan de gevolgen zijn.

En Elia?
We zien hem daar zitten.
Bij die beek en dan de raven die hem brood en vlees brengen.
Waar ze dat vandaan halen, weet ik niet. Maar het is zoiets als brood en vlees uit de hemel. Het komt van boven.
God doet zijn toch open.
En raven worden als engelen de woestijn ingestuurd om te dienen en om voor Elia te zorgen.

God doet zijn hand toch open.
Ook als Elia bij die weduwe komt, waar het meel en de olie niet opraken tot op de dag, dat God het weer laat regenen.

Achab, zie je nu, wie de levende God is?
Weet je nu, bij Wie je moet zijn voor het echte leven?

God doet zijn hand toch open.
En dat doet Hij als jij eet van je gewone dagelijkse brood.
Dat doet Hij als jij je dorst lest met een lekker glas melk of met iets anders.
Als je geniet van het leven en als die hand van God op een bijzondere manier hebt ervaren na een ingrijpende gebeurtenis in je leven.

Ik kijk ook naar deze tafel met brood en wijn.
Het brood dat wijst op het ware brood uit de hemel.
En de wijn dat wijst op Hem aan Wie wij het leven te danken.
Het echte leven. Het leven met God. Met die God die alles heeft gegeven om ons te redden. Met die God, die zijn hand ook nu opendoet om ons te voeden met het ware hemelse brood. Met Jezus Christus die Zijn leven gegeven heeft voor jou en mij.

Elia. Wat een naam.
Mijn God is Jahweh. Hij is de levende God, die geeft en die zorgt.
En wij? Wij hoeven alleen maar te komen met lege handen. Niet met volle handen, dan kan er weinig meer bij. Maar met lege handen. En die wil God graag vullen met een rijkdom en met een overvloed, waar je u tegen zegt.
Laten we zo met elkaar het avondmaal vieren.
In afhankelijkheid.
En met blijdschap om die God te mogen kennen.
De God van Elia, die in Jezus Christus ook jouw en mijn God wil zijn.
Halleluja.

Amen

terug